Art, Media

Van zendmast tot leerkracht ‘anno nu’

Enith Vlooswijk Jan 22, 2015

Het huidige onderwijssysteem zorgt voor verveelde leerlingen die zich vervreemden van de school, zegt het partnerschap New Pedagogies for Deep Learning. In De Rode Hoed volgden 130 leerkrachten onlangs workshops om leerlingen te kneden tot creatieve, kritische burgers met een krachtig karakter.

“Met wat voor vervoermiddel zouden jullie naar de overkant van het meer gaan?” Mark Robinson wijst op een groot scherm waarop de omgeving van Lake District is geprojecteerd. Naast het meer, op hetzelfde scherm, verschijnen onmiddellijk allerlei voertuigen: ‘boot’, ‘veerpont’, ‘vliegtuig’. Robinson leest ze hardop voor, terwijl de toeschouwers, 130 leerkrachten van voornamelijk basisscholen, enthouisast tikken op hun tablets, smartphones en laptops. “Schaatsen, diepzeeduiken… daar zou ik zelf niet op gekomen zijn!” roept Robinson enthousiast uit.

Robinson is onderzoeker bij Promethean, een bedrijf dat digitale leermiddelen als het vandaag gedemonstreerde Class Flow ontwikkelt. Hij is naar De Rode Hoed in Amsterdam gekomen om de leerkrachten warm te maken voor educatieve middelen anno nu. Voor veel scholen ligt ‘anno nu’ nog in de toekomst; soms is die toekomst nabij, soms ook lijkt hij nog lichtjaren van het heden verwijderd. 

De bijeenkomst is georganiseerd door Marlou van Beek, oprichter van het Nederlandse partnerschap New Pedagogies of Deep Learning. New Pedagogies is een mondiaal partnerschap, waarbinnen scholen ervaringen uitwisselen en samenwerken om tot een nieuw onderwijssysteem te komen. Het huidige systeem, zo meent de organisatie, is achterhaald.
“Kinderen vervelen zich vaak tijdens de lessen”, legt Van Beek na afloop van Robinsons demonstratie uit. “Ict maakt onlosmakelijk deel uit van hun leven, maar scholen hebben deze ontwikkeling niet in dezelfde snelheid opgepikt. Leerlingen ontwikkelen zich in hun omgeving en vrije tijd op een andere manier dan tijdens de lessen in het primair en voortgezet onderwijs nu veelal mogelijk is.”

Leerling centraal
De vaardigheden die kinderen in de toekomst nodig hebben, vragen volgens het partnerschap om een nieuwe manier van onderwijzen. Kritisch en creatief kunnen nadenken, samenwerken, communiceren en een sterk karakter combineren met actief burgerschap: dat zijn de zes hoofdeigenschappen waar het nieuwe onderwijs volgens New Pedagogies op zou moeten mikken. De burgers van de toekomst moeten geen voorgekauwde trucjes leren reproduceren, maar eigen oplossingen bedenken voor de uitdagingen waar de samenleving voor staat.

In het onderwijs zoals New Pedagogies het graag ziet, staan leerlingen centraal: ze formuleren zelf hun vragen binnen bepaalde thema’s en gaan actief op zoek naar antwoorden - soms samen met anderen, soms alleen. Klassikaal onderwijs maakt plaats voor onderwijs waarbij elke leerling op zijn eigen niveau werkt en doubleren niet meer mogelijk is. Standaard lesmethodes kunnen de kachel in en docenten zijn niet langer zendmasten die hun leerlingen eenzijdig bestoken met kennis. Ze begeleiden hun leerlingen in hun zoektocht, enthousiasmeren, dagen uit en tonen mogelijkheden.

Dat klinkt schitterend, maar zoals elk onderwijssysteem, staat of valt het bij de kwaliteit van de leerkrachten. “Het is voor ons heel moeilijk om de lesmethode los te laten en leerlingen zelf dingen te laten ontdekken”, vertelt Tanja Maas van een basisschool in Zaltbommel. Samen met enkele collega’s volgt ze een workshop over het verbeteren van projectgericht onderwijs.  “Het is heel verleidelijk om zelf het antwoord even snel te geven als kinderen iets vragen. Ook kinderen moeten eraan wennen. Soms zuchten ze als ze een nieuwe vraag als antwoord krijgen.”

Vinger opsteken
En die verveling, is dat nou echt zo’n groot probleem in het huidige onderwijssysteem? Sui Lin Goei, onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het gebied van leer- en gedragsproblemen, geeft stellig antwoord: “Ja. Nu krijgt een klas bijvoorbeeld vaak plenaire uitleg, waarna een groot deel van de groep zelf aan de slag gaat. Een kleine groep leerlingen die extra aandacht nodig heeft, gaat met de leerkracht aan het werk en enkele sneller lerende kinderen werken aan hun eigen taken. Als kinderen uit de grootste groep een vraag hebben, moeten ze hun vinger opsteken en wachten tot de leerkracht de kleine groep verlaat voor een rondje door de klas. Daarna moeten ze wachten tot de juf of meester andere vragenstellers heeft geholpen. Dit kan erg lang duren. Het is niet zo vreemd dat kinderen vervolgens onrustig worden en storend gedrag vertonen.”

Digitale middelen zoals iPads zijn geen wondermiddelen die de leerkracht overbodig maken. Ze geven echter wel onmiddellijk feedback en vergemakkelijken het werken van elk kind op een eigen niveau. De presentatie van Mark Robinson laat zien, hoe kinderen via hun tablet actief worden betrokken bij de lesstof. Het systeem stimuleert bovendien de uitwisseling van informatie tussen leerlingen en leerkracht. 
“In een traditionele setting zijn het altijd dezelfde kinderen die hun vinger opsteken”, legt Goei uit. “Hier kan elk kind op een veilige, anonieme manier reageren, zonder het risico dat de leerkracht zegt: dat is fout. En tegelijkertijd kan de leerkracht met behulp van de software analyseren, wie de stof begrijpt en wie nog niet.”

Projectonderwijs
In de Oosterhuiszaal van de Rode Hoed werken leerkrachten ondertussen in groepjes aan een opdracht. Ze moeten bedenken hoe een project, waarin leerlingen samen een huis ontwerpen, beter kan worden aangepakt.
“Je moet de kinderen zelf een rolverdeling laten maken”, zegt een leerkracht, turend naar een stencil met het projectontwerp. “Ja, maar je moet voorkomen dat de leider van het groepje de anderen aan het werk zet”, antwoordt haar collega. Na even peinzen suggereert iemand: “Ze moeten zelf hun rol kiezen én expliciet uitleg geven, waarom die rol goed aansluit bij hun persoonlijke eigenschappen.” De anderen knikken. Tevreden schrijven ze hun ideeën op papier.

De workshop wordt geleid door Jelmer Evers, geschiedenisdocent van de Utrechtse havo/vwo-school Unic. “Niet alle leerlingen willen voortdurend alles zelf ontdekken”, vertelt hij na afloop over zijn eigen ervaringen. “Ongeveer zestig procent van de leerlingen vindt het heel fijn om af en toe een uur naar mijn geschiedenisverhaal te luisteren. Er zijn ook leerlingen die het liever zelf opzoeken en, bijvoorbeeld, graag een MOOC (Massive Open Online Course) bekijken. Op onze school krijgen leerlingen de ruimte om dat zelf te kiezen.”

Feitenkennis
Wim Veen, gepensioneerd professor Educatie en Technologie en betrokken bij New Pedagogies, zou het liefst zien dat leren niet werd beperkt tot het klaslokaal, noch tot de school zelf. “School is een fysieke plek waar je elkaar ontmoet, wat met name sociale functies heeft. Die zijn belangrijk, maar het kan ook thuis, bij een vereniging, of in een bibliotheek gebeuren waar kinderen toegang hebben tot een digitale leeromgeving.”

Het toetsen van traditionele kennis mag wat hem betreft plaatsmaken voor het meten van “het kritische vermogen en de verbeeldingskracht” van het kind. “Waarom zou een kind de tafel van acht moeten kennen? Hij moet het kunnen opzoeken met zijn rekenmachine, die in de toekomst in zijn kleding verwerkt zal zijn.”
Hij lacht er ondeugend bij, maar is wel serieus. “De tijd is er alleen nog niet rijp voor.”

Wouter van Joolingen, wetenschappelijk directeur van het Freudenthal instituut van de Universiteit van Utrecht, vindt dat wat al te ver gaan. Van Joolingen onderzoekt samen met Goei de voortgang van de scholen die zich hebben aangesloten bij New Pedagogies. Hij moet even nadenken over de vraag, of leerlingen ook beter presteren als ze worden onderwezen volgens de zienswijze van New Pedagogies.

“Dat onderzoekend leren beter werkt dan passief de stof tot je nemen, is wel bewezen. Maar het doel van het huidige onderwijssysteem is anders dan de doelen waar New Pedagogies voor staat. Dat maakt het heel lastig de systemen te vergelijken. De meeste scholen hebben alleen als doel dat de leerlingen de examens halen. Hier is het systeem gericht op het aanleren van een gereedschapskist aan vaardigheden. Daarmee doen ze dezelfde cognitieve vaardigheden op, maar ze leren bovendien nog veel meer.”