Media

Lovotics: liefde en seks met robots

Brenda Knoll Apr 23, 2015

Van hun functionele toepassing binnen een fabriek naar een sociale toepassing binnenshuis. Inmiddels zijn er robotspeeltjes, gezelschapsdieren en een winkel- en thuisassistent. Robots komen steeds dichterbij de mens te staan en dit verlangen is niet nieuw.

Al in een Griekse mythologie wordt beeldhouwer Pygmalion verliefd op een ivoren beeld waaruit vervolgens de godin Venus werd geboren en ruim 40 jaar geleden vielen studenten in katzwijm bij het artificiële computerprogramma ELIZA, een van de eerste virtuele psychotherapeuten.

Waar machines steeds slimmer worden, en steeds meer empathie kunnen opwekken groeit ook onze liefde voor deze robots. Zou een robot in de toekomst een vervanging of toevoeging kunnen zijn in de bevrediging van ons verlangen naar vriendschap liefde en misschien wel seks?

Roxxxy, Jibo, Pepper...
Roxxxy is de eerste intelligente sexbot en werd in 2009 gecreëerd door zelfbenoemd onderzoeker en uitvinder Douglas Hines. Roxxxy is een gezelschapsmaatje. Een Real Doll die seksueel kan bewegen en een klein geanimeerd gesprek met je kan voeren over voetbal of aandelen. Helaas werd Roxxxy nooit echt ‘geboren’ en door vele onderzoekers naar het land der fabelen verwezen aangezien de beloofde technologische hoogstandjes tot nu toe niet haalbaar zijn.
Een reëlere toepassing is Jibo, een van de eerste familie assistenten; zo kan hij helpen met reminders en verhaaltjes voorlezen. Jibo draagt bij aan sociale interactie doordat hij je aankijkt tijdens het voeren van een gesprek.

Vooralsnog lijkt de trend in mens-robot interactie te zijn gezet in Japan. Niet zo vreemd aangezien de vergrijzing in Japan dermate toeneemt dat er niemand meer is om voor ouderen te zorgen. Er is simpelweg meer vraag naar hulpverleners en de overheid speelt hier op in door een flinke impuls te geven aan de robotindustrie. De Japanse binaire verzorgers helpen ouderen bij het uitvoeren van dagelijkse taken of zijn simpelweg een middel tegen de eenzaamheid.

Huidige robots hebben primair een sociale en/of verzorgende functie. Dat wil niet zeggen dat er geen onderzoek plaatsvindt naar sexbots. Echter, de ontwikkeling vindt plaats op verschillende terreinen. Zo bestaat er een stripperbot die beweegt als een houten klaas, er is een haptisch vest die je knuffelt als je het omhelst en er zijn billen die zo menselijk mogelijk moeten lijken, vergezeld van een hoop kabaal. Kortom, er zijn nog teveel apart van elkaar functionerende losse (robot)onderdelen. En het belangrijks is dat deze losse onderdelen nog niet voorzien zijn van een dosis kunstmatige intelligentie.

 

AI & Lovotics
Artificiële intelligentie is een wetenschap waarbij onderzocht wordt hoe je uit de software een zelfstandig lerend mechanisme kan creëren.
Vele wetenschappers houden zich hier in verschillende gradaties mee bezig.

Cynthia Breazal, de uitvinder van Jibo, claimt dat wij pas van robots kunnen houden indien er sociale interactie plaatsvindt. David Hanson gaat nog een stapje verder door te zeggen dat de robot in deze sociale interactie je emotionele staat bij voorkeur kopiëert voordat er empathie plaatsvindt. Die emphatie is onontbeerlijk bij het opbouwen van een relatie tussen mens en robot. Zijn Einsteinrobot – ja, hij lijkt echt op Albert – heeft zulke heftig menselijke trekken dat je er bijna misselijk van wordt.


Tegengeluid komt van onderzoeker Guy Hoffman. Van oorsprong illustrator, beschouwt hij de huidige robots als een veredeld schaakspel: te voorspelbaar. Hij beweert juist dat robots zich sociaal zouden gedragen door met je mee te bewegen en denken en er vooral ruimte moet zijn voor fouten. Want is de mens ook niet imperfect?

Extremere AI-onderzoekers zijn van mening dat robots niet zo ver van ons afstaan als we denken en vragen zich af of onze ziel wel echt bestaat. Ze claimen dat wij zelf een mechanisme zijn, bestaand uit een slim staaltje moleculaire biologie dat eenvoudigweg in software is te kopiëren. Onze egocentrische houding zou de evolutie van de robot zelfs in de weg staan omdat wij ons specialer willen voelen dan de machine. Deze theorie vindt steun door de robot van onderzoeker Hooman Samani. Hij kopiëerde ons endocriene systeem, dat zorgt voor de afgifte van ‘(liefdes)hormonen’, en beweert dat zijn robot zelfs jaloezie vertoont.

De allernieuwste ontwikkeling heeft betrekking op de autonoom lerende robot. Er bestaan inmiddels algoritmes waardoor een robot zichzelf leert in plaats van wij hem. Onderzoeker Hod Lipson denkt dat een robot die zichzelf kan leren lopen de toekomst heeft.

Bovenstaande voorbeelden hebben allemaal betrekking op Lovotics: het onderzoek naar liefde, affectie en vriendschap in de relatie tussen mens en robot . Deze robot onderscheidt zich van een vibrator doordat het autonomie en kennis bezit, ingegeven door de enen en nullen van het algoritme.

 

Roboethics
Als onderzoekers er alles aan doen om onze relaties en ervaringen met robots te laten groeien, wat is dan juist? Hoe kunnen wij als mens juist handelen? En verwachten wij een gelijkwaardige relatie? Of nemen we genoegen met de interpretatie van het empathisch vermogen van een robot? Een robot kan immers niet voelen en reageert op een manier waarop hij geprogrammeerd is. Zelfreflectie en empathie zijn immers menselijke eigenschappen die we niet kunnen vangen in code. Je kunt in de toekomst misschien je robot mee naar een verjaardag nemen en op commando zal het een drankje voor je kunnen halen, maar of hij of zij zich spontaan zou kunnen mengen in een onderhoudend gesprek is nog maar de vraag. Of zullen we in staat zijn om genoegen te nemen met de menselijke tekortkomingen van de robot?

Naast het onderzoek naar vrienschappelijke relaties wordt er ook onderzoek gedaan naar de ethiek ten aanzien van sexbots.
Zo vragen futurist Ian Yeoman en seksuologe Michelle Mars zich af of de Amsterdamse Wallen ooit gevuld zullen zijn met mechanische sekswerkers. Zal mensenhandel afnemen en zullen soa’s uitroeien? Zal een machine de sociale rol van de begripvolle prostituee kunnen vervangen en kun je bij een sexbot ook een glaasje wijn en een goed gesprek krijgen? En wat te denken van alle seksuele niches zoals een robot voor seksverslaafden, vreemdgangers, gehandicapten of misschien wel kinderbots voor pedofielen? Is het minder erg als deze gedragingen worden ondervangen door robots?

Andere onderzoeken richten zich op de houding van de mens. Zijn wij mensen misschien wel degenen die juist dichter bij de robots komen te staan doordat we zelf veranderen in quantified wezens? Onze maatschappij digitaliseert steeds verder en de mens is door de wetenschap inmiddels gereduceerd tot een dataset: onze genen, menselijk handelen en denken wordt teruggebracht tot neutrale, elektrochemische processen in de hersenen. Ons menselijk handelen is inmiddels te begrijpen aan de hand van wetenschappelijke formules die ons beloven een beter begrip van ons lichaam en geest te leren. En misschien zit daar wel het probleem. Wij zijn deze empirische data als de waarheid gaan zien waardoor er weinig ruimte overblijft voor onze eigen filosofische (zelf)reflectie of kritisch bewustzijn.

En als laatste punt: Hoe zit het met de universaliteit van artificiële intelligentie? Waar een robot nog steeds door een mens wordt geprogrammeerd, hoe zullen culturele waardes worden overgebracht? Zal een in Azië gefabriceerde robot je ooit tegenspreken?

Al deze vragen worden behandeld in talrijke onderzoeken naar toepassing van Lovotics. Deze vragen zijn ook nodig omdat er anders van alles om ons heen gebeurt waar we geen grip op hebben en ontwikkelingen eerder op de markt komen voordat er wet- en regelgeving is.

 

Concluderend
Robots zijn altijd al een onderdeel van onze culturele verlangens geweest en door ingenieuzere algoritmes kunnen we ze steeds meer toelaten in ons leven. Hoe beter ze onze menselijke trekken spiegelen, hoe hechter de band.
Over seks met robots kunnen we alleen nog filosoferen, aangezien de technologie om een complete slimme sexbot aan te bieden – die wij niet afwijzen om het ‘anders zijn’ – nog niet ver genoeg  is. We hebben inmiddels robots die op mensen lijken, maar niet menselijk aanvoelen. We hebben robots die menselijk aanvoelen maar nog alleen een stuk billen zijn en heel veel lawaai maken. Tot dusver hebben we de bovengenoemde technieken nog niet kunnen verenigen. Daardoor lijken de huidige seksrobots nog veel op domme (sex)toys en de regel- en wetgeving voor slimmere mechanische sekswerkers nog ontbreekt.

En misschien zal seks en liefde met een robot wel voor altijd verschillen met een intermenselijke relaties. Inmiddels is nog steeds niet ontdekt hoe we ons eigen biochemisch genotsknopje moeten aanzetten, laat staan dat we een degelijk ingewikkeld principe in een robot kunnen implementeren. In plaats van een algoritme te bedenken die menselijkheid in robots moet vangen, zouden we misschien meer onze eigen menselijkheid moeten bewaren en bewaken, zodat we nooit op machines te hoeven vertrouwen die ons vertellen wat we moeten doen.